CITES in Nederland
In Nederland is bij de uitvoering van het CITES-verdrag een belangrijke rol weggelegd voor het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). Het departement heeft een speciaal CITES-bureau, dat tot taak heeft de internationaal gemaakte afspraken om te zetten in nationaal beleid. Het CITES-bureau houdt zich daarnaast bezig met het verlenen van ontheffingen en vergunningen. Elk jaar brengt het bureau verslag uit aan het wereldwijde CITES-secretariaat, dat is gevestigd in Genève.
Het CITES-bureau verleent vergunningen voor in- en uitvoer van beschermde dieren. Soms moet het CITES-bureau met wetenschappers overleggen of een vergunning verleend mag worden. Deze wetenschappers zitten in een Commissie, de CITES-commissie, die ongeveer zes keer per jaar vergadert over de handel in bedreigde dieren (en planten).
Regels over deze handel zijn in een wet vastgesteld: de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten.
Gefokte dieren in Nederland:
In Nederland zijn en worden dieren ingevoerd met een CITES-invoervergunning. Soms zijn deze dieren uit het wild gehaald. Dat mag alleen als aan strikte voorwaarden wordt voldaan.
Het is vaak moeilijk dieren, die uit het wild komen, goed te verzorgen. Ook kunnen zulke dieren vaak niet wennen als ze gevangen worden gehouden, zeker niet zonder speciale verzorging.
Gelukkig gebeurt het ook vaak dat dieren worden ingevoerd, die niet uit het wild komen, maar zijn geboren in gevangenschap.
Ook in Nederland wordt veel gefokt met bijvoorbeeld papegaaien en slangen, zowel voor de handel als voor hobby. Als zulke dieren in gevangenschap geboren zijn, zijn ze vaak makkelijker te houden en voelen ze zich ook prettiger dan wanneer ze uit het wild gevangen zijn: ze zijn immers niets anders gewend. Hierom, én omdat het houden van zulke dieren niet ten koste gaat van de natuur, is de wet minder streng over het houden, kopen en verkopen van in gevangenschap geboren dieren.
Apen en veel soorten roofdieren mogen in Nederland niet gehouden worden in huisgezinnen, ook niet als ze in gevangenschap geboren zijn.
In Nederland kunnen de Algemene Inspectiedienst (A.I.D.), de politie en de douane (bij in- en uitvoer) controleren of dieren in gevangenschap zijn geboren of uit het wild zijn gehaald. Ook controleren ze of er voor de invoer een CITES-vergunning is verleend. Mensen die zulke dieren houden of verkopen, moeten kunnen vertellen hoe zij aan die dieren gekomen zijn en dat zij, als de wet dit verplicht, de juiste papieren hebben (een vergunning of een ontheffing).
Als blijkt dat dieren worden gehouden of verkocht terwijl het niet klopt met de wet, dus illegaal is, kunnen de dieren in beslag worden genomen. Ze gaan dan naar bijvoorbeeld een dierentuin of een speciaal opvangcentrum (zoals de Stichting Nederlandse Opvang Papegaaien te Veldhoven). De rechter kan straf opleggen voor het overtreden van de wet: een boete of gevangenisstraf of allebei.
| < Prev | Next > |
|---|

















