Papegaaienpark Veldhoven

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Flora- en faunawet

E-mail Print PDF

De Flora- en faunawet
(De wet is op 1 april 2002 in werking getreden.)

Inleiding:
De invloed van de mens op de natuur is in de loop van de geschiedenis steeds groter geworden. Menselijke handelingen kunnen een bedreiging zijn voor de wilde flora en fauna. Veel planten- en diersoorten zijn al van de aarde verdwenen of worden met uitsterven bedreigd. De omvang van de bedreigingen waaraan de flora en fauna in Nederland bloot staan, is verontrustend. Van de flora is bijna 40% bedreigd. Bij de zoogdiersoorten en de dagvlinders ligt dit percentage tussen de 30 en 40%.
Om de bedreiging door mensen tegen te gaan, worden planten- en diersoorten beschermd. Wetgeving is één van de middelen om de mens aan te spreken op zijn verantwoordelijkheden ten aanzien van de wilde planten en dieren.

Doel:
Het doel van de wetgeving is niet om alle handel in bedreigde uitheemse soorten te verbieden, maar wel om de handel goed te regelen. De Flora- en faunawet kent bezits- en handelsverboden voor soorten die vallen onder het CITES-verdrag. De verbodsbepalingen zijn strenger naarmate de soort meer bedreigd is. De in- en uitvoer wordt geregeld door een stelsel van vrijstellingen, certificaten, ontheffingen en vergunningen.

Praktijk:
Nederland kent een paar belangrijke afzetmarkten voor exotische dier- en plantensoorten. De grootste markt is die van de particulieren. Dat kunnen mensen zijn die een bijzonder gezelschapsdier zoeken, toeristen die naar een exotisch oord zijn geweest en een mooi souvenir mee naar huis willen nemen, maar ook verzamelaars of kwekers met een voorliefde voor bepaalde soorten. Vooral deze laatste groep is vaak op zoek naar exclusieve dieren of planten, heeft kennis van zaken en is bereid om veel geld in de eigen hobby te investeren.

Uitheemse planten en dieren komen op verschillende manieren ons land binnen. Twee plaatsen verdienen speciale vermelding: Schiphol en de haven van Rotterdam. Via Schiphol komen veel zendingen levende dieren Nederland binnen. Bovendien arriveert op Schiphol de grote stroom toeristen die de vakantie ver van huis heeft doorgebracht.

De meeste CITES-goederen die de douane op de luchthaven in beslag neemt, zijn souvenirs. Zaken als koraal, producten van ivoor, heilzame pleisters waarin dierproducten zijn verwerkt, riemen en tasjes van krokodillenleer, maar ook grotere souvenirs als doopvontschelpen worden onderschept. De Rotterdamse haven ontvangt veel handelszendingen goederen waarin dier- of plantenproducten zijn verwerkt. Ook vrachten planten komen nogal eens per schip binnen. Voor levende dieren is vervoer per schip minder geschikt.

Niet zelden komen illegale zendingen levende dieren Nederland binnen over de weg. Dergelijke zendingen kunnen bijvoorbeeld naar Europa zijn gekomen via een buitenlandse luchthaven, met de bedoeling de controle op Schiphol te omzeilen. Dierentuinen spelen een ondergeschikte rol in de internationale handel. In veel gevallen hebben zij eigen fokprogramma's. Onderling maken dierentuinen afspraken over de uitwisseling van soorten.

Bescherming
De bescherming van zowel inheemse (van nature in Nederland voorkomende) als uitheemse planten- en diersoorten wordt in één wet geregeld: de Flora- en faunawet. Deze wet biedt, uit het oogpunt van het natuurbehoud, bescherming aan in- en uitheemse planten- en diersoorten die in het wild leven.
De bescherming van planten- en diersoorten krijgt op verschillende manieren gestalte. De reeds gebruikelijke verboden voor de inheemse soorten gelden ook in de Flora- en faunawet. Zo is het verboden om beschermde inheemse planten te plukken en beschermde inheemse dieren te doden of te vangen. Ook andere handelingen die planten- of diersoorten kunnen bedreigen, zijn verboden of slechts onder voorwaarden toegestaan. Daarnaast gelden voor zowel inheemse als uitheemse soorten handels- en bezitsverboden. Verder is het niet toegestaan dieren (en dus ook vissen) in de natuur uit te zetten. Ook voor plantensoorten geldt een dergelijk verbod.
De Flora- en faunawet bevat ook handels- en bezitsverboden voor bepaalde vangmiddelen. Voorbeelden daarvan zijn strikken, klemmen en mistnetten. In het laatste geval gaat het om zeer fijnmazige netten waar vogels mee worden gevangen.

Eén wet in plaats van meer
De Flora- en faunawet heeft een aantal wetten op het gebied van soortenbescherming vervangen. Deze wetten bestaan al decennia lang. De belangrijkste zijn de Vogelwet, de Jachtwet en de Wet Bedreigde Uitheemse Dier- en Plantensoorten (Wet BUDEP). Uit de Natuurbeschermingswet is het hoofdstuk Soortenbescherming in de Flora- en faunawet opgenomen. Deze wetten verschillen in hun uitgangspunten en opzet. De Flora- en faunawet voldoet aan de wetgeving van de Europese Unie (EU).

Vogels
Bescherming aan alle vogels die behoren tot één van de in het wild levende soorten in Europa is overgenomen uit de Vogelwet.

Jacht
De Flora- en faunawet beoogt een evenwichtige afweging van de belangen van landbouw, natuurbescherming en jacht te realiseren. Aangegeven wordt op welke wilde diersoorten gejaagd kan worden.

Bedreigde uitheemse diersoorten
Door economische en technische ontwikkelingen en een explosieve bevolkingsgroei is de natuur steeds verder aangetast. Wereldwijd vindt op grote schaal natuurvernietiging plaats. Eén van de oorzaken daarvan is de vraag naar uitheemse planten en dieren in de gëindustrialiseerde landen. Nederland had altijd een groot aandeel in de handel in die planten en dieren. Dit was voor de Nederlandse overheid een reden om uitheemse planten en diersoorten wettelijk te gaan beschermen. In 1975 trad voor diersoorten de Wet Bedreigde Uitheemse Dier- en Plantensoorten (Wet BUDEP) in werking. De bescherming van uitheemse dieren en planten is nu via de Flora- en faunawet geregeld.
Ook de in- en uitvoer van bedreigde, uitheemse plantensoorten en van bepaalde bedreigde, uitheemse diersoorten valt hieronder.

Natuurbeschermingswet
Volgens de Flora- en faunawet kan de overheid gebieden met natuurwetenschappelijke waarde of rijkdom aan natuurschoon als beschermd natuurmonument aanwijzen. Op die manier blijven deze natuurgebieden behouden. Hoofdstuk 5 van de Natuurbeschermingswet (soortenbescherming) is opgenomen in de Flora- en faunawet. Dit hoofdstuk bevat bepalingen voor de bescherming van inheemse planten- en diersoorten tegen directe aanslagen. 'Directe aanslagen' zijn bijvoorbeeld plukken, vangen en doden.

Beschermde planten- en diersoorten

Inheemse soorten
De Flora- en faunawet regelt de wettelijke bescherming van inheemse plantensoorten die daarvoor in aanmerking komen. Deze worden per soort aangewezen. In principe zijn alle zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen die in Nederland voorkomen beschermd. Er is een uitzondering gemaakt voor schadelijke dieren als de zwarte en bruine rat, de huismuis en een aantal vissoorten. Deze zijn dus niet beschermd.
De zogenaamde lagere diersoorten (zoals vlinders, libellen en kevers) worden per soort voor bescherming aangewezen.

Uitheemse soorten
De Flora- en faunawet regelt ook de bescherming van uitheemse planten- en diersoorten. Ook deze worden per soort aangewezen. Voor de minder bedreigde uitheemse soorten geldt een in- en uitvoerverbod. Voor de ernstig bedreigde soorten geldt, naast een in- en uitvoerverbod, ook een handels- en bezitsverbod.
Voor de bescherming van uitheemse planten en dieren gelden internationale afspraken. Internationale samenwerking is bepalend voor het succes van de maatregelen ter bescherming van de flora en fauna. De bescherming van uitheemse soorten in ons land moet daarop aansluiten.

Leefomgeving
Provincies kunnen plaatsen aanwijzen als beschermde leefomgeving. Het gaat hierbij om plaatsen die van wezenlijke betekenis zijn als leefomgeving voor een beschermde inheemse soort. De provincies kunnen dan bepaalde handelingen verbieden of aan beperkingen onderhevig maken.

Welzijn van dieren in het wild
De Flora- en faunawet zal ook rekening houden met het welzijn van beschermde inheemse diersoorten die in het wild leven. Aanslagen op dieren, zoals het vangen of doden, worden immers voorkomen. Vangmiddelen die onnodig lijden van dieren veroorzaken, zijn verboden.

Vrijstellingen
Voor een aantal activiteiten kan vrijstelling worden verleend van de Flora- en faunawet. Het gaat bijvoorbeeld om de bestrijding van schadelijke dieren en doeleinden van natuurbehoud, wetenschap of onderwijs. Ook voor het zoeken en rapen van kievitseieren het prepareren (opzetten) en het bezitten van beschermde inheemse dieren gelden vrijstellingen.

 

Home  Adresgegevens  Stuur een email  Inloggen gebruiker  Disclamer

Nederlands English Deutsch French Español

Stichting N.O.P.


Steun Stichting N.O.P.
en word donateur!

anbi


Uw gift aan ons is aftrekbaar van de belasting.

Adres:
Wintelresedijk 51
5507 PP Veldhoven
Nederland

E-mail: info@papegaaienpark.nl
Telefoon: +31 - 40 205 2772
Fax: +31 - 40 2052723
Openingstijden Openingstijden:
Iedere dag van 10.00 - 17.00 uur
Nieuwjaarsdag en 1e Kerstdag gesloten